Terug

Heet van de naald: verplicht bodemonderzoek voor nooit eerder onderzochte risicogronden met een mogelijks historische bodemverontreiniging

 
PUBLICATION

Heet van de naald: verplicht bodemonderzoek voor nooit eerder onderzochte risicogronden met een mogelijks historische bodemverontreiniging

Sarah Jacobs

Hoe goed kent u de historiek van de grond waarop u woont of uw bedrijf exploiteert ? Geen overbodige luxe als u het ons vraagt, want binnenkort moeten heel wat gronden onderworpen worden aan een verplicht bodemonderzoek. Het gaat om risicogronden die nog niet werden onderzocht en waar mogelijks ‘historische’ bodemverontreiniging aanwezig is omdat er in het verleden bijvoorbeeld een tankstation, een carwash of een droogkuis gevestigd was.  Als eigenaar kan u aangesproken worden om zowel het onderzoek als de eventuele sanering nadien te betalen. Gelukkig kunnen onschuldige eigenaars een vrijstelling aanvragen bij de OVAM.

 

Wijziging Bodemdecreet

 

In de plenaire vergadering van 29 november 2017 heeft het Vlaams Parlement het ontwerp van decreet tot wijziging van diverse bepalingen uit het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 aangenomen. Naast enkele juridisch-technische aanpassingen en administratieve vereenvoudigingen houdt het wijzigingsdecreet ook een belangrijke wijziging in voor exploitanten en eigenaars van nog niet onderzochte risicogronden met (potentieel) historische bodemverontreiniging. Het begrip ‘historisch’ slaat op bodemverontreiniging die ontstaan is vóór 29 oktober 1995, dat is de datum waarop het vroegere Bodemsaneringsdecreet in werking trad.

Voor deze nog niet onderzochte gronden zal een verplicht bodemonderzoeksmoment worden ingevoerd.

 

 

Ambitieuze doelstelling

 

De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) wenst tegen 2036 alle historische bodemverontreiniging te hebben gesaneerd. Naar schatting zijn er in Vlaanderen 80.000 risicogronden, waarvan er op dit ogenblik slechts 40.000 zijn onderzocht (en voor zover noodzakelijk gesaneerd).

 

Om ook de overige 40.000 gronden te laten onderzoeken en eventueel te saneren heeft de Decreetgever voorzien in een nieuwe bijkomende onderzoeksplicht voor die risicogronden die nu ‘door de mazen van het net glippen’ aangezien ze wettelijk niet onderzocht moeten worden.

 

Onderzoeksplicht onder het huidige Bodemdecreet

 

Het huidige Bodemdecreet voorziet voor risicogronden en risico-inrichtingen in een aantal verplichte onderzoeksmomenten. Op die momenten moet een oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd waarvan het verslag aan de OVAM moet worden overgemaakt. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de verkoop of schenking van een risicogrond of bij de stopzetting of sluiting van een risico-inrichting.  

 

Ter info:

 

  • Een risicogrond is een grond waarop een risico-inrichting gevestigd is of was.

 

  • Een risico-inrichting wordt in het Bodemdecreet gedefinieerd als “fabrieken, werkplaatsen, opslagplaatsen, machines, installaties, toestellen en handelingen die een verhoogd risico op bodemverontreiniging kunnen inhouden en die voorkomen op een lijst die de Vlaamse Regering opstelt”. Deze lijsten zijn terug te vinden respectievelijk in bijlage I bij het Vlarebo (voor exploitaties aangevat vóór 1 juni 2015) en in bijlage I van Vlarem I (voor exploitaties aangevat na 31 mei 2015).

 

Nieuw: een bijkomende onderzoeksplicht voor nog niet-onderzochte risicogronden


Door de wijziging van het Bodemdecreet zal er voorzien worden in een bijkomende onderzoeksplicht voor:

 

  • Risicogronden met risico-inrichtingen waarvan de exploitatie vóór 29 oktober 1995 van start ging en geen periodieke onderzoeksplicht hebben. In deze gevallen rust de verplichting om een onderzoek aan te vragen bij de exploitant.

  • Risicogronden waarop vroeger risico-inrichtingen gevestigd waren waarvan de exploitatie begonnen is vóór 29 oktober 1995. Voor deze categorie van gronden geldt de verplichting voor de eigenaar van de grond.

 

Het is de ambitie van de OVAM om  tegen 2036 alle historische bodemverontreiniging gesaneerd te hebben. Tussen de start van een oriënterend bodemonderzoek en de afronding van de bodemsaneringswerken kunnen 8 jaren zitten. Het nieuwe Decreet er op gericht om uiterlijk tegen begin 2027 een oriënterend bodemonderzoek te hebben voor de opgesomde risicogronden.

 

De steden en gemeenten zijn daarom volop bezig om alle risicogronden op hun grondgebied in kaart te brengen en  deze tegen het einde van dit jaar de inventariseren. Zij doen dit aan de hand van de voor het perceel afgeleverde vergunningen.

 

OVAM zal daarna met behulp van deze informatie de eigenaars en de exploitanten van deze risicogronden aanschrijven en hen op de hoogte brengen van het verplichte onderzoek met een zogenaamde kennisgeving.  

 

Mogelijkheid om een vrijstelling te bekomen van deze nieuwe onderzoeksplicht

 

Door het inventarisatieproject zullen veel gronden de kwalificatie van risicogrond krijgen omdat er in een ver verleden een risico-inrichting op geëxploiteerd werd. Eigenaars van dergelijke risicogronden zijn zich vaak niet bewust van de historiek van hun eigendom.  Deze doelgroep van ‘onschuldige eigenaars’ kan een vrijstelling van onderzoeksplicht  aanvragen bij de OVAM. Daarvoor moet er cumulatief voldaan worden aan de volgende voorwaarden:

 

  • de eigenaar heeft de risico-inrichting(en) niet geëxploiteerd;

 

  • de risico-inrichting was niet aanwezig tijdens zijn eigenaarschap;

 

  • de eigenaar heeft de locatie sedert de verwerving enkel gebruikt voor particulier gebruik (verklaring op erewoord).

 

Het is van belang om als ‘onschuldig eigenaar’ tijdig gebruik te maken van mogelijkheid tot vrijstelling. De aanvraag daarvoor moet op straffe van niet-ontvankelijkheid worden ingediend binnen een termijn van 90 dagen na de voormelde kennisgeving door de OVAM. Wanneer de OVAM het verzoek tot vrijstelling afwijst, kan binnen de 30 dagen administratief beroep worden aangetekend bij de Vlaamse Omgevingsminister. Tegen een negatieve beslissing van de Vlaamse Omgevingsminister staat vervolgens nog een jurisdictioneel beroep bij de Raad van State open.

 

De bekomen vrijstelling gaat bij overdracht van rechtswege over op de verwerver van de grond en is dus zeker een belangrijk voordeel bij vastgoedonderhandelingen.

 

Timing

 

Het aangenomen ontwerpdecreet is nu naar de Vlaamse Regering verzonden voor bekrachtiging. De bijkomende onderzoeksplicht zal in werking treden op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand van de bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad.

 

Wij volgen dit vanzelfsprekend voor u op.

 

Mocht u hierbij verdere vragen of opmerkingen hebben, kan u steeds terecht bij ons team van experten.

 

 

 

 

Maak kennis met het team van experts uit dit artikel